ELISÀR... JOCHIE, WAAROM? 

Een blog over Elisàr von Kupffer

Deel 1, gepubliceerd op vrijdag 10 april 2026

 

Blog 3 van 30 maart 2026, eindigde ik met de verzuchting - of noem het dagdromerij - dat de naamgever van dit blog, Elisàr von Kupffer, die tot nu hier nog niet in de spots had gestaan, op een van zijn reizen door zuid Europa wellicht tegen wat afdrukken van foto's van een van onze hoofdrolspelers van de blogs 2 & 3, onze Wilhelm von Gloeden aangelopen zou zijn. Voor dat iemand gaat vragen hoe ik op dat idee kwam: ik baseerde het op slechts een gevoel. In feite niet meer dan het zelfde gevoel dat mij na het zien van sommige van die glasfoto's, op visite bij oude barokdansvrienden, naar een boek over Laurence Alma-Tadema deed grijpen, wat daar naar het leek al jaren onopengeslagen op een tafeltje lag te verstoffen...       

Op dat bewuste moment was Elisarion, zoals hij zich later ging noemen, mij onbekend. Ik stuitte op hem, doordat de fotograferende Wilhelmen van de vorige blogs, de deur naar de wereld van de 19e eeuwse herenliefde op een wijde kier hadden gezet en ik me niet meer kon beheersen. Ik moest en zou kijken... of was het gluren? Gluren naar een Peep show, onverzadigbaar hongerend naar meer. Niet omdat het nu zo prikkelend was wat ik zag, maar vooral fascinerend...       

Ik kan het niet laten die laatste twee fotootjes van het vorige blog hier nog eens te plaatsen, en terwijl ik deze tekst intoets staar ik er denkend aan Elisàr naar, die - zo weet ik sinds gisteren - inderdaad bij Wilhelm von Gloeden in Taormina op Sicilië langs is geweest. Die zoals blijkt uit een beknopte biografie, geschreven door ene Ekkehard Hieronimus voor het Centro Informazione Gay Ticino in 1998, twee fotoboeken van hem bezat. Ze zaten in zijn nalatenschap, en zouden als het goed is bewaard moeten zijn door de erfgenamen; de gemeente Minusio, een klein stadje aan de Zwitserse rand van het Lago Maggiore, vlak bij Locarno. Maar voor 't zelfde geld zijn ze zoek, want niet bepaald doordrenkt van waardering voor hun 'Gay erfenis' hebben die boeren er vanaf 1960, het jaar dat de laatste erflater overleed, er een treurig zooitje van gemaakt...       

Die erflaters; Elisàr en zijn levensgezel (of vooruit, zijn vriend) Eduard von Mayer, die het laatst overleed, lieten een villa, een literair oeuvre, een schilderijen collectie en een enorm brieven, foto en memorabilia archief rond hun kleurrijke leven na aan het kanton en de gemeente waar zij hadden gewoond. Maar het homogerelateerde ervan veroorzaakte een onoverbrugbare shock, de erfenis viel deels uiteen, werd vernietigd of raakte gewoon zoek, en over wat rest aan archiefmateriaal wordt tot op de dag van vandaag moeilijk gedaan.      

Hier heb je het stel, zo om en nabij 1930; links Elisàr, rechts Eduard, en erg opgewekt kijken niet. Maar dat hoorde wellicht bij de tijd. Wanneer ik zelf in oude albums van mijn ouders kijk uit die periode, blikken ze ook ernstig in de lens. Gefotografeerd worden was een serieuze zaak, wat denkelijk deels kwam door de toen nog lange belichtingstijden. 

Dat was trouwens bij de opnamen van onze beide Wilhelmen, die ik valselijk als Daquerreotypie omschreef, maar die in de tweede helft van de 19e eeuw door Calotypie of Talbotypie werd vervangen (met dank aan een oplettende lezer, die mij erop wees dat er vanaf dat moment ook papieren negatieven waren, zodat plots meerdere afdrukken van een en dezelfde opname konden worden gemaakt), nog aanmerkelijk langer. Ruim vier a vijf minuten waren hierbij geen uitzondering, wat het ontbreken van expressie op de gezichten zoals we reeds zagen, voor ons nu meer begrijpelijk maakt.      

Wat ons terug brengt bij Elisàr von Kupffer en de twee portretjes waarmee dit blog opende. Niet met de bedoeling zijn levensloop hier direct maar te gaan schilderen - daar komt gaandeweg met die van zijn tijdgenoten verweven nog ruim tijd genoeg voor - maar om samen met een snufje van zijn vroegste literaire ontboezemingen je met de geur van die tijd te drogeren...   

Hiernaast Elisàr's eerste bundel met vier korte verhalen, getiteld "Ehrlos! Novellen und Skizzen," gepubliceerd bij de firma G. Müller - Mann'sche Verlagsbuchhandlung, in 1898 te Leipzig. Blijkbaar een kleine uitgeverij van liefdesromannetjes in een compact en handzaam formaat. 

Op moment van verschijnen is Elisàr zesentwintig, en heeft behalve de dichtbundel "Leben und Lieben," uit 1895, in de periode ervoor al het een en ander geschreven dat verloren gegaan schijnt te zijn. Zijn zuster zou het bij het verlaten van Rusland niet hebben mee kunnen nemen...

Hij was namelijk van Baltisch-Duitse origine, en moest als gevolg van de revolutie in Rusland en Wereldoorlog I, Estonia, of Eestland, zoals hij het noemde, noodgedwongen verlaten. Een uitermate negatieve ervaring, die in haat omgeslagen, hij zijn hele verdere leven met zich mee zou gaan dragen.

Maar het is 1898, zover is het nog niet. De uitgever vermeldt: Alle rechte, bijzonders das Übersetzung voorbehalten. En wie het boekje leest merkt dat de novellen zich in het Russisch taalgebied af lijken te spelen, en taal die hij vele jaren later naar eigen zeggen maar slecht beheerst... Ik vraag me echt af of hij het toch niet eerst in het Russisch heeft geschreven en er pas veel later door die weerzin een andere draai aan heeft gegeven... 

NB: Voor de originele versie in pdf: zie mijn Bieb op de menubalk!    

Wat er voor mij zo boeiend aan is, is dat het voor hem als schrijver een "coming out" betekende. Want hoewel verstopt in de tekst is er in de derde novelle 'Verlobt' sprake van een jongeman die a.g.v. een ongelukkige liefde zichzelf een kogel door zijn kop schiet, daar hij de broer (Walter) van zijn verloofde aantrekkelijker vindt. We halen er nu met 'Gay Superstar' Rob Jetten als onze premier, onze schouders wellicht over op, maar dat kon toen echt niet. Volledig onbespreekbaar en in de meeste Europese landen bij wet verboden. Ik heb dat deel van de tekst waar het in speelt met de meeste zorg en naar ik dacht oog voor de 19e-eeuwse sfeer vertaald in de hoop dat mijn volgers er net zo van genieten als ik...       

Deze laatste twee glasfoto's van naakte jongemannen, komen uit de collectie van Wilhelm von Gloeden, waar we in de blogs 2 & 3 al ruim over uitgewijd hebben en waar Elisàr zoals we nu weten twee albums van bezat.

ik zie hem voor me in 'n kuuroord in Grenchen, net uit een koudwaterbad waar hij niet van opgeknapt was... Er wat blasé in bladerend als Eduard binnenkomt, met Fino, die hij in Berlijn is op gaan halen om hem wat op te vrolijken... Het jaar is 1900, hij wordt door Fino, die veertien is geworden, met hartstocht gekust. Eduard staat erbij, kijkt wat gelaten toe...    

En hou als lezer en volger van dit blog vooral scherp in gedachten dat onze Elisàr op min of meer hetzelfde moment dat dit boekje verscheen een verhouding had met Eduard von Mayer, verliefd was op de toen nog amper dertienjarige Adolf Schmitz, die we later nog vaak zullen ontmoeten als Fino von Grajewo, dat zijn carrière als schrijver door deze uitgave zodanig in een stroomversnelling kwam, dat hij tot een van de eerste 'homo acceptatie strijders' gerekend mag worden, en als kers op de tompouce, dat hij op het eind van zijn leven verklaarde geen eens homoseksueel te zijn...     

Zo'n veertig jaar later terugkijkend schrijft hij vergoelijkend : het was meer "geestelijk-erotisch, als in het oude Griekenland, waar de jongen ook intellectueel werd verrijkt..." Afgezien van dat het laatste niet klopt, waarover in een later blog nog wel eens meer, denk ik dan: ja, ja Elisàr, zou het werkelijk? Waarom dan die albums, en niet een maar zelfs twee, vanwaar dan die enorme strijdlust de herenliefde geaccepteerd te krijgen? Beiden nog geen dertig en Fino moest vijftien gaan worden... Een leeftijd om bij jongens en jongemannen bij het minste geringste de vlam in de pan te doen slaan... Maar bij hen niet? Zij leefden verheven en zonder ook maar enige nauwelijks te beheersen drang? Als twee Sansevieria's?

Het doet me sterk denken aan wijlen mijn vader, - ik had het hier laatst over hem - die van 1921 was, zichzelf reuze modern vond, mij hem als kind al bij zijn voornaam liet noemen, de Vrije School voor me zocht - maar het werd Montessori en Dalton - maar zodra begon je over zijn eigen prille liefdesgevoelens, dan gaf hij niet thuis, brabbelde iets over het geestelijk karakter van mijn moeder, waarvoor hij was gevallen...

Tot zover voorlopig 'Het raadsel Elisàr von Kupffer.' Toch op zijn minst een opmerkelijke zeer kleurrijke figuur, of heb ik het mis? Hoe dieper ik graaf, hoe meer ik van hem denk te weten, des te meer vragen roept hij op. Ik ga dit weekend dus maar eens een brief schrijven naar het gemeentearchief van Minusio! Wil wel eens weten wat er nu precies en en wat niet bewaard is... (Wordt vervolgd.)

Voorlopig gaat hij de kast (hier het archief) weer in, en draaien we voor het volgende blog de spotlights op Adolf Brand. Schier onvermoeibaar uitgever en strijder. Een ware gay anarchist!