Van Code Pénal, § 175 en meer...
Blog I over de 19e-eeuwse zedelijkheidswetgeving
Gepubliceerd op dinsdag 2 juni 2026
Heus, beste volger, het 7e blog zou gaan over Adolf Brand, door mij hier al eens verwoord als de strijdbare uitgever-anarchist, en bij hem komen we ten slotte ook zeker terecht! Maar om zijn onaflaatbare vechtlust voor mijn lezers in een inzichtelijk kader te plaatsen ontkom ik nu eenmaal niet aan een stukje sfeertekening van wat er historisch zoal aan vooraf ging!
En dus starten wij bij Napoleon Bonaparte, die na de slag bij Austerlitz uit de lappendeken aan koninkrijkjes, vorsten & hertogendommetjes etc. etc. waar het Duitstalige rijk toen uit bestond, de Confédération du Rhin wist te smeden. Het tot belangrijk deel van zijn Eerste Franse Keizerrijk wist te maken, dat van 1806 tot 1815 zou duren.
Voor de 19e-eeuwse herenliefdecultuur betekende deze herschikking op papier 'n ongekende verruiming, want met de komst van Napoleons Code Pénal, het nieuwe wetboek van strafrecht, werd de grip van Kerk & Staat, zolang er van overlast of schade geen sprake was, losgekoppeld van wat burgers zoal onderling uitspookten... dit bij een minimum leeftijd van vijf-tien jaar en zélfs bij moreel verwerpelijk gedrag...
Het directe gevolg van de leus Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap waarmee in 1789 de Franse Revolutie begon en waarmee naijlend ook in de rest van Europa geleidelijk aan Absolute monarchie en Feodalisme met zijn 'bij geboorte meegekregen heersende maatschappelijke posities' aan de kant zou worden gezet.
Met Franse steun verjoegen in 1795 de patriotten (revolutionairen) stadhouder Willem V, ontstond bij ons vrij geweldloos de Bataafse Republiek en werd in wat later als de Franse Tijd zou worden herinnerd, die bevochten vrijheid samen met de militairen door de bevolking gevierd met dansen rond de vrijheidsboom!
Maar eenmaal aan de macht vond de nieuwe bestuurselite die splitsing van Kerk & Staat onder de kersverse grondwet van 1798 dan wel prachtig; maar om zo 'n streep te halen door die sodomiewet uit 1740, dat was wel wat heftig, en in ons diep-religieus domineesland toch écht andere koek...
Zij die met de ware Franse revolutionaire geest besmet waren geraakt spraken van "Géén God en géén Meester," terwijl onder 'federalisten' meer gedacht werd aan gematigde centralisatie van het landsbestuur. Kortom: onenigheid troef, met gevolg dat ene Gale Isaac Gales, invloedrijk Amsterdams patriot én advocaat, bij een sodomieproces in het najaar van 1798 zich eens stevig achter de oren krabde toen hij in gezelschap een aanwezige Jood hoorde beweren dat "op grond van de vanaf augustus 1796 geproclameerde scheiding van kerk en staat de doodstraf omtrent deze misdaad niet moest worden uitgeoefend...”
De gedreven rechtsgeleerde klom direct in de pen, en nog hetzelfde jaar verscheen een twintig pagina's tellende gewichtige brochure van zijn hand waarin hij, zich in tientallen bochten wringend, tracht aan te tonen dat die toch zo afschuwwekkende vleeschlijke lusten van mannen met mannen zelfs door de scheiding van Kerk en Staat niet zomaar straffeloos konden worden geaccepteerd... (Zie korte pdfversie in mijn Bieb!)
Zijn brochure sloot naadloos aan bij de qua wetgeving wel zeer rommelige jaren der Bataafse Republiek, waarin generaal Daendels stuiterend van de ene staatsgreep in de andere, de grootst mogelijke moeite had om rust in de tent (staat) te creëren. Waarin het opperwezen soms niet, dan weer wel, maar uiteindelijk, hetzij afgezwakt tóch om alle hevig verontruste dominees in ons van Luther & Calvijn doordesemde land niet al te zeer voor het hoofd te stoten, uitermate aanwezig het staatsfundament christelijk kwam versterken...
"De eerbiedige erkentenis van een albestuurend opperwezen versterkt de banden der maatschappij en blijft iederen burger ten duursten aanbevolen." (Uit de Staatsregeling van 1801)
Voordat de Code Pénal zoals omschreven in alinea 3 dan ook in ons land in praktijk werd gebracht, moest worden gewacht tot het Bataafse Gemenebest (zoals het hier onderhand in 1804 onder raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck was gaan heten), door Napoleon, het gedoe meer dan zat, bij zijn keizerrijk ingelijfd werd en hij zijn broertje Lodewijk (Luigi Napoleone, hier rechts) in 1806 de Hollandse troon liet bestijgen.
En hoewel hij wellicht van de invoering van de Code Pénal geen enkel profijt zou hebben gehad, ambtelijke molens draaien nu eenmaal traag, dus toen zeker, kwam het voor Jillis Bruggeman zeer zeker te laat. De arme man draagt de twijfelachtige eer om onder het Nederlands recht voor het bedrijven van de liefde met een man in ons land de allerlaatste te zijn die werd veroordeeld tot wurging door het touw.
De zondaar werd woensdag 9 maart 1803 aan de galg geknoopt voor het stadhuis van Schiedam en door de beul zolang met een zweep geslagen tot hij bezweek...
“En nu eindelijk echter nog een enkel woord tot u ter dood veroordeelde natuurgenoot! Gij hebt uw misdaad, uw hemeltergende misdaad voor mensen erkend, voor de alwetende Hartenkenner beleden en betreurd en het gevelde vonnis van uw mededogenvolle rechters in uw boeien gebillijkt. Maar gij hebt ook tevens reeds in diezelfde boeien - want mijn oren hebben zulks gehoord! - aan vrijmachtige genade Gods de eer uw eeuwige verlossing toegejuicht. Ween dan veroordeelde boeteling, en betreur vrij met een wenende Petrus de diepte van uw val, maar roem ook tevens in uw jongste en vege ogenblikken met een Saulus in de kracht der genade. Laat uw onsterfelijke geest, wanneer gij u met de Majesteit, de beledigde Majesteit van de hemel, verzoend durft achten, zich veeleer in zijn zalige bestemming verliezen. Laten dan de plaatsen van uw boeien noch Bethels en Pniëls zijn en laat uw gelovig hart (…) liederen van verlossing in uw kerker aanheffen! Nog weinige uren slechts en uwe ontkerkerde ziel zal vrijer ademhalen. Haal dan ook nu verder in uw jongste en veegste ogenblikken het bloed der verzoening nabij door het kunstglas van het geloof. (..) Hier zal mijn biddende ziel zwijgen, zo worde het rechtvaardig over u gevelde vonnis des doods voor u een Ahimáäz, een boodschapper van goede tijding (2 Sam. 18: 28), een engel van Petrus die de boeien slaakt (Hand. 12:7), (..) een verwelkomende Noachs duif (..) die met de palmtak der overwinning u een eeuwige rust en blijdschap in het beste Vaderland vermelden zal.”
De processtukken van de terdoodveroordeling bleken niet in het daarvoor gebruikelijke archief te zijn bewaard; kwamen in een aparte proceszak opgeborgen pas in 2014 boven water. Sommige historici zien hierin het bewijs dat de bekentenis van Jillis als te gruwelijk voor openbaarheid verborgen diende te blijven. Kijken we echter hoe er door de aanklagers (hier dus PvB) werd gehamerd op het afschrikwekkende voorbeeld dat gesteld moest worden, zodat anderen niet in een dergelijke zonde zouden vervallen, hoe de terechtstelling in alle openheid geschiedde, en hoe bij eerdere gevallen in bijv. Amsterdam, de aangeklaagden na gebrandmerkt en gegeseld te zijn aan het volk werden getoond om te worden bespuwd, bespot en bekogeld, dan lijkt mij dit een drogreden.
Daar dat het de laatste terdoodveroordeling voor een dergelijk misdrijf betreft, en gezien het zeer onzekere staatsregime van die Bataafse jaren (de beide aangeklaagden van het Amsterdamse sodomieproces in 1798 waar mr. Gale Isaac Gales bij aanwezig was werden wel veroordeeld maar niet ter dood gebracht) lijkt het mij meer voor de hand te liggen dat de Baljuw Pielat van Bulderen gezien een achteraf vastgestelde toch wel wat wankele juridische basis, het zekere voor het onzekere nam en de processtukken, om zijn eigen positie veilig te stellen bewust in de vergetelheid heeft laten verdwijnen...
Voor de juridische fijnproever onder mijn volgers plaats ik hier een redelijk leesbare uitsnede waaruit zonneklaar blijkt dat ook mr. Pilat van Bulderen van de brochure van zijn hooggeleerde Amsterdamse collega mr. Gale Isaac Gales op de hoogte was, en met diens van hemelse gerechtigheid doordrenkte visie van harte instemde.
Hoewel zeker geen rechtskundige, zegt mijn gevoel dat Pilat van Bulderen hier de grondwet van dat moment met voeten getreden heeft. Daarnaast wijs ik er graag op dat men vanuit strenggereformeerde hoek blijkbaar heden ten dagen in die zogenaamde bekentenis van de op dat moment 54 jarige Jillis, nog steeds het bewijs ziet dat de terdoodveroordeling niet onrechtvaardig is geweest. De aangeklaagde was het immers met de aanklacht eens, zo is de redenering; wilde dus boete doen voor de Hemelse vader, waar hij verlossing bij zocht.
Hoewel de visie van heden valt buiten de doelstelling van dit blog, blijft het voor mij onbegrijpelijk dat vanuit die zo dogmatische hoek niet ingezien wordt dat Gillis' instemming met de aanklacht vreemd tot stand is gekomen. Vanaf zijn vijftiende gaf hij zich tussen zijn huwelijken door soms aan dergelijke handelingen over zonder zich om de visie van de hemelse vader te bekommeren, en nu hij voelt dat zijn laatste uur nadert vlucht hij smekend om zowel goddelijke als wereldse genade weg in berouw.
Zelfs nu, meer dan honderdtwintig jaar later voel ik hier nog 's mans angst. Angst voor zijn God, die bepaald geen god van mededogen bleek te zijn, en angst voor wat hem bij de beul stond te wachten...
Of die verruimde zedelijkheidswetgeving bij soortgelijke proceszaken in diezelfde periode wel enig soelaas heeft geboden? Op dit moment geen idee, maar gezien het voorgaande twijfel ik er ernstig aan en kom als er iets over valt te melden in een volgend blog er zeker op terug. Daarnaast was het allemaal van korte duur, want de slag bij Waterloo maakte op 18 juni 1815 een definitief einde aan het Europa als Frans keizerrijk.
Maar invloed heeft het echter bepaald wel gehad want voor na Napoleons verbanning naar Sint-Helena in landen die hij had bezet nieuwe zedelijkheidswetgeving ontstond, moest er in Duitsland op Bismarcks keizerrijk (1871) worden gewacht en bij ons tot 1887 het jaar van de grondwetsherziening. Zo ontstond in die tussentijd in het Duitssprekende gebied en bij ons een vaag soort van vacuüm waarin toch vaak op de code Pénal werd geleund, terwijl er bij de Franstaligen en in zuidelijk Europa aan diezelfde code Pénal vrij weinig werd gewijzigd.
In deel II van dit blog duik ik dit vacuümgebied in, opzoek naar sporen die ons naar Adolf Brand moeten leiden...
NB Info d.d. 4 juni 26:
uit diverse reacties op het blog van gisteren blijkt dat mijn volgers het thema zeker wel interessant vinden, maar daarnaast ook zeer ernstig. Om de belangstelling voor allen gaande te houden zal ik het betreffende item, dat zeker nog in diverse gedaantes vaak op dit blog terug zal keren, afwisselen met luchtiger onderwerpen.
Zodra er nadere info over bekend is vind je dat op de Homepage bij het Blog Nieuws!