ROMANTIEK; sfeerbeeld van een tijdsgewricht...

Een blog over een stijlperiode die een wel zeer aanwezig stempel drukte

op de Belle Epoque en het interbellum.  

Deel 1, gepubliceerd op maandag 20 april 2026

 

Die kop erboven bedacht ik vannacht, tijdens een slapeloos moment... Heb hem zowaar onthouden, en nu ik het er zo pront boven zie staan maakt het mij een tikkeltje trots... Ik had aan 't eind van blog 4 nu wel verkondigd dat het volgende over de uitgever & notoir dwarsligger Adolf Brand zou gaan, maar er de afgelopen week over peinzende, besloot ik dat die toch nog maar even moest wachten. Immers, zo was mijn redenatie: vrijwel de gehele periode die ik met mijn Elisarion-Boysblog zeg te bestrijken wortelt in de romantiek of hoog-romantiek en wat weten mijn volgers daar nu eigenlijk van? Denken ze aan zoiets als 'rumbonen, rozen en rode wijn,' een zigeunerstrijkje, en een leuk juffertje of 'n kek ventje op je knie,' als ik er hier over begin? Ik had dan wel op het allereerste blog een inleidend tekstje geschreven, maar wat voor algemeen beeld heeft mijn volger eigenlijk van die 2e helft der negentiende eeuw? Dus besloot ik er een extra blog tussen te breien. En wees gerust; ik doe er echt alles aan het luchtig en aangenaam leesbaar te houden!    

Met 'n hink-stap-sprong door een kunststroming!

De periode die door historici in het algemeen als De Romantiek wordt gezien, gluurde als levensvisie tegen het eind van de achttiende eeuw al aan de mistige kim, en zou tot ver in de eeuw erna en soms zelfs op het begin van de volgende, op de kunstwereld een enorme invloed uitoefenen. Het was vooral de intellectuele bovenlaag in Frankrijk, Duitsland en Engeland, met in hun kielzog de kunstenaars, die de koel-verstandelijke aanpak die De Verlichting met zijn wetenschappelijke benadering met zich mee had gebracht meer dan zat was.

Het zoeken naar de zin van het bestaan met in het verlengde van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en de Franse revolutie het gemis aan een toekomstperspectief, zette de deur wagenwijd open voor een vlucht uit het heden. Open voor een vlucht in een droomwereld waar die tot dan zo opgepropte emoties nu juist werden gekoesterd. Een vlucht in een geïdealiseerd verleden, in religie, in occultisme en raadselachtige sprookjes. In de mystiek van het leven en in een verheerlijking van de natuur.

Hoewel de lagere regionen er zeker een rol in vervulden, behoorde de Romantiek, zoals de Verlichting ervoor, uiteraard uitsluitend tot filosofisch gedachtegoed van de hogere kringen en de aristocratie. Over wie moest werken voor zijn brood, werd, zoals door de Franse schrijver-filosoof Rousseau, die zich afvroeg of "de mens door de Verlichting met haar opvoedkundige verbetering en verheffing, wel echt zoveel gelukkiger was geworden," wel gepiekerd door anderen!

Maar Rousseau zette met zijn geschrift Emile ou De l’éducation, waarin hij stelde "dat het kind zijn natuurlijke neigingen vrijelijk moest kunnen ontwikkelen voor er onderwijs aan te pas kwam," wel de toon. Met als resultaat dat het begrip 'natuur' of 'natuurlijk,' in samenhang met een bijna ziekelijk ervaren van de eigen emotie, in alle kunststromingen langzaam maar zeker tussen de scheuren uit barstte. 

Die werkelijkheid werd tot in het perverse vormgegeven, en het eigen 'ervaren' zou met 'een verlangen naar het onbereikbare' hét centrale thema van de romantiek worden. Van Goethe’s Die Leiden des jungen Werthers tot Keats’ La belle dame sans merci, geraakte de poëzie en proza bezwangerd van typisch romantische motieven als ‘de onbereikbare liefde,’ of het 'door een raadselachtige verlokking de dood tegemoet treden...'

 

 

John William Waterhouse, The Lady of Shalott

La belle dame sans merci (fragment).

(…) 'I met a lady in the meads,
Full beautiful - a faery's child,
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

(…) 'She took me to her elfin grot,
And there she wept and sigh'd fill sore;
And there I shut her wild, wild eyes
With kisses four.
'And there she lullèd me asleep,
And there I dream'd - Ah! woe betide!
The latest dream I ever dream'd
On the cold hill's side.

'I saw pale kings and princes too,
Pale warriors, death-pale were they all;
They cried - "La belle Dame sans Merci
Hath thee in thrall!"

                                     
John Keats, 1820

Beïnvloed door hun literaire collega’s raakten ook beeldende kunstenaars en musici in de ban van de romantiek. Werd tot ver in de achttiende eeuw beeldende kunst in de eerste plaats gezien als een verfijnde afspiegeling van de al dan niet religieuze werkelijkheid, en dit zeker niet in de eerste plaats bedoeld als expressiemiddel van de uitvoerende kunstenaar, de nieuwe stroming bracht daar geleidelijk verandering in. Geestverwanten zoals de schilders Goya, Friedrich en Füssli kozen er voor om al rebellerend tegen de gevestigde mening in te gaan.

 

 

Caspar David Friedrich, door met zijn schildersstuk het Tetchener Altar, tegen kerstmis 1808 bevriende kijkers zo'n overrompelend landschap voor te zetten dat het toch heel duidelijk aanwezige kruisbeeld plots slechts van totaal ondergeschikte betekenis leek.

Goya en Füssli door een wel haast ziekelijke voorkeur of wedijver voor het meest demonische, monsterlijke en raadselachtige tafereel. In de eerste decennia van de negentiende eeuw, ontstond in de schilderkunst een stroming die met een hartstochtelijke drang en zonder ook maar enig mededogen hun publiek met een enorm plezier een tot in het bizarre uitvergrootte en wel zeer persoonlijke visie van de werkelijkheid voorschotelde.

 

Rechts Friedrich's Tetchener Altar, het werk waarmee hij, daar de kunstcriticus Basilius von Ramdohr zich in een artikeltje afvroeg of zo'n moraliserend thema als een kruis, in de landschapsschilderkunst nu wel paste, een publiciteitsgolf veroorzaakte... Nee dus!             

 

Francisco José de Goya y Lucientes (1746 – 1828)

Hier links The Nightmare, door Füssli in 1781 voltooid naar aanleiding van 'n onstuimige verliefdheid op het nichtje van zijn boezemvriend de dichter Lavater. In een bewaard gebleven brief schrijft hij in 1779: 

"Afgelopen nacht had ik haar in m'n bed, husselde mijn nachtkleding door elkaar tot een hoop, wond mijn hete en gesloten handen om haar heen, liet haar lichaam en ziel versmelten met de mijne, liet mijn geest in haar stromen, mijn adem, mijn kracht... Eenieder die haar nu nog betast pleegt overspel, maakt zich schuldig aan bloedschande! Ze is de mijne, ik de hare. En hebben zal ik haar..."

Helaas weigerde het nichtje zijn aanzoek, en huwde een ander. Voor Johann Heinrich bleef er niets anders dan het als nachtmerrie van zich af schilderen... 

 

 

Goya's 'Dos viejos comiendo sopa,' hier links, (twee oudjes eten soep) behoort tot wat ook wel zijn zwarte serie genoemd wordt. Midden zeventig, van een hem bijna fatale ziekte hersteld, vrijwel doof en met angst om waanzinnig te eindigen, schilderde hij de reeks tussen 1819 en 1823 op de binnenwanden van zijn woonhuis even buiten Madrid. Hoewel nooit gemaakt met als doel te worden geëxposeerd zijn de veertien werken een aantal jaren na zijn dood van de wand op linnen overgebracht (1874-78).   

 

 

Voor ons nu nauwelijks meer voorstelbaar, maar dat een kunstenaar een dergelijke boodschap verwerkte in zijn creatie, was men totaal niet gewend en werd door zowel recensenten als publiek als een enorme shock ervaren. Als onfatsoenlijk om zo met je eigen zieleroerselen te koop te lopen. En dit bepaald niet alleen bij schilders; van geen van wat wij nu onder de creatieve beroepen scharen, werd toen zoiets verwacht; nog van schrijvers nog van componisten. Het tekenendst voor de laatsten, is misschien nog wel de ervaring van Mozart, die het in zijn hoofd kreeg om als een soort van 18e-eeuwse popmuzikant met eigen composities de boer op te gaan en die nieuwe muzikale scheppingen maar nauwelijks uitgevoerd kreeg, zodat Constanze's tafelzilver maar naar de lommerd werd gebracht om het in de haast bijeengeronselde orkest te betalen...

Nee... Een kunstenaar maakte iets waar een opdrachtgever om vroeg, en daarmee basta!

En voor er iemand 'n becommentarierend e-mailtje stuurt: inderdaad, dat is juist! Ik ben, breed schilderend om het m'n volgers duidelijk te maken, in wat men de 'vroeg-romantiek' noemt, blijven steken. Dus als er niemand bezwaar maakt kom ik er in een volgend blogje nog eens even op terug!