VAN KUNSTFOTOGRAFIE EN MEER...

Een blog over Wilhelm von Gloeden en Wilhelm von Plüschow

Deel 2, gepubliceerd op zaterdag 21 maart 2026

 

Wie van beide neven in het fotografievak het eerst in zuidelijk Europa begon, is niet helemaal duidelijk. Wilhelm von Plüschow vestigde zich rond 1874 in Rome namelijk niet als fotograaf maar als wijnhandelaar. Wel staat met zekerheid vast dat hij zich in 1890 te Napels vestigde aan de Via Posillipo 55, achter de Via Mergellina kustweg; een locatie met fraai uitzicht over de baai, en is aannemelijk dat hij er rond 1880 al begon met naaktfotografie. Daarnaast valt uit gesigneerde foto's te herleiden dat hij zich in 1892 bij zijn terugkeer in Rome Guglielmo liet noemen, het deftige von uit zijn naam liet verdwijnen en woonde aan de Sardegna 35 op de bovenste etage. Neef Wilhelm von Gloeden, die als 22jarige in 1878 in Taormina neer was gestreken, een kustplaatsje op Sicilië en van het familiekapitaal leefde, begon rond 1889 na de dood van zijn vader uit geldgebrek als fotograaf. Wat ligt, daar hij van meet af aan zich ook in naaktstudies specialiseerde, dus meer voor de hand dan dat hij zich hiervoor door zijn neef Guglielmo liet inspireren?

Wilhelm von Gloedens studio en het erbij behorende woonhuis. 

Vanaf 1892 had von Gloeden een assistent waar hij waarschijnlijk al vrij snel intieme omgang mee had; de op dat moment veertienjarige Pancrazio Buciuni, die gedurende zijn leven bij hem bleef en na zijn overlijden in 1930 voor hem op kwam, toen Mussolini's zwarthemden, het enorme archief met zo'n drieduizend glasfoto's onder het motto 'pornografie' aan barrels wilden slaan. Het is aan deze ‘il Moro’ (de Moor, zijn bijnaam ivm zijn donkere uiterlijk), te danken, die de hevig gechoqueerde autoriteiten wees op het kunstzinnige aspect ervan, dat er toch nog een derde deel van bewaard is gebleven. 

Die wat dierlijk en verveeld kijkende knul rechts zou il Moro zijn. Door mijn oogharen kijkend, zie ik hoe onze jonge wat ziekelijke baron, uit het preuts en kil noordelijk Duitse Vorpommern-Rügen afgereisd van Wilhelm I van Pruisen's keizerrijk, zeer door die broeierige blik werd geraakt, er subiet iets voor voelde…

Onze twee neven deelden dan wel het vakgebied der naaktfotografie, qua modelkeus, vormgeving en invulling was er 'n wereld van verschil Ofschoon Von Plüschow zich graag als bohemien kleedt, en op foto’s zoals we straks zullen zien als ware 19e-eeuwse romanticus gekweld droevig voor zich uit zit te staren, is neef von Gloeden hem artistiek gezien de baas.

Begonnen in Rostock als student kunstgeschiedenis, om vervolgens in Weimar kort aan een kunstschildersopleiding te ruiken, zijn bij vG de sporen van die leerscholen veelvuldig in zijn fotografieproductie terug te vinden. Niet alleen in de enscenering, ook in de modelkeus komt dit smaakverschil duidelijk terug. Een bladerkrans rond het hoofd een draperie, een stenen kruik, een mysterieuze blik… Zijn naakten, die doorgaans wat jonger en molliger zijn, geeft hij zo meer natuurlijke onschuld mee dan zijn neef von Plüschow, die van begin af aan meer de erotische prikkeling van het tafereel accentueert.  

Zoals straks nog zal blijken, werd daardoor zijn doelgroep deels een andere. Die van von Gloeden toch meer als de gewaardeerde kunstfotograaf die bezoek ontving van vorsten als de Spaanse koning Alfonzo of een componist als Richard Strauss. Terwijl neef vP zich toch meer ontwikkelde tot het 19e-eeuws equivalent van het homoblad Binky, in mijn zestiger jaren bij de sigarenboer om de hoek meestal half verstopt achter de Candy en Chick.   

 

Hier links dan eindelijk baron Wilhelm von Plüschow, die in de tuin bij neef von Gloeden op een mandoline lijkt te tokkelen, maar dat is waarschijnlijk slechts een pose. Let op zijn zwart omrande ogen! Wie denkt dat de beroemde scene uit Tod in Venedig (Filmklassieker v Visconti), waar Dirk Bogarde na oogcontact met Tadzio, zich bij de doortrapte kapper een soort treurige verjongingskuur aan laat smeren, uit Visconti's creativiteit is voortgekomen, moet eens naar de Bogarde foto's uit de film kijken... 

De film, losjes gebaseerd op de roman van de aan het begin van de vorige eeuw bekende schrijver Thomas Mann - zelf latent gay - toont hoe de kunstenaar von Aschenbach tijdens een depressie naar Venetie afreist, waar cholera heerst, daar verliefd raakt op een mooie jongeling, en op het strand van het Lido naar hem smachtend sterft. En dat alles op het adagietto uit Mahler's vijfde simphony...  

Dat ik dit hier zo expliciet schrijf, komt omdat we tijdens het volgen van onze twee fotograferende baronnen zullen ervaren dat ze met hun werk onbedoeld zo'n enorme invloed hebben gehad op dat van anderen. 

Wij kunnen ons dat met de tv, die de wereld tot op ons bord brengt nauwelijks voorstellen, maar fotografie, in die tijd maar door een enkeling beoefend, was al wat er was, én exclusief. Voor wie zich van de mediterrane wereld, of van de Griekse en Romeinse cultuur een beeld wilde vormen, er inspiratie uit op wilde doen maar niet de mogelijkheid had tot reizen waren de drukwerkjes die van de beide neven zo tegen het eind van de 19e eeuw boven of onder de toonbank te koop werden aangeboden, een enorme verrijking!           

En voor wie nu denkt dat is er toch echt met de haren bijgesleept:

Serge Diaghilev, een ijdele Rus met een enorm ego en uiteraard gay, kwam bij zijn dromerijen hoe hij 'groots en meeslepend ging leven' met het plan voor een expositie van Russische schilders in het verwende Parijs van het begin van de vorige eeuw. Wat hem zoveel succes en prestige opleverde dat hij na de opera Boris Godunov, in 1909 terug kon keren met zijn eigen Ballets Russes de Diaghilev, bescheidenheid was onze 'kunstentrepreneur' uiteraard vreemd! 

Hij sleepte een jonge danser met zich mee, Vaslav Nijinsky genaamd, waar hij brutaal als hij was, openlijk in Parijs een societyleven mee leidde en ook samenleefde. Vaslav was geestelijk zeer labiel, en ofschoon Diaghilev hem preste om ook 'modern' te gaan choreograferen, hield hij de boot af, en deed liever bestaand klassiek repertoire. 

Maar Serge bleef aandringen, maakte het hem ook seksueel moeilijk (hij eiste min of meer met een tweede jongen erbij een trio, dit terwijl Vaslav het met Serge waar hij al van walgde, moeilijk genoeg had) en forceert hem in 1912 op muziek van de toen zeer avant-gardistische componist Debussy een choreografie te gaan maken. 

Het wordt Prelude a L'apres-midi d'un faune, dat zal gaan gelden als hoogtepunt van muzikaal impressionisme. Bedwelmende klanken, maar moeilijk telbaar, waar Vaslav, choreografisch zoekend naar inspiratie grote moeite mee heeft. 

Ik zie in mijn gedachten de erotisch veeleisende Diaghilev verveeld bladeren door de albums met naaktfoto's van onze twee fotografen, die hij ongetwijfeld bezat. Als man van de excellente artistieke ideeën, houdt hij Vaslav triomfantelijk een foto van een naakte jongeling op een rotsje onder zijn neus. En het briljante idee voor Leon Basks decor en Vaslav's enscenering en choreografie is geboren!    

De bovenste foto - maar dat had je vast wel al gedacht - komt uit de collectie Wilhelm von Gloeden, de onderste toont Vaslav als faun in L'apres-midi d'un faune. Natuurlijk, het zijn slechts mijn persoonlijke ideeën, harde be-wijzen zijn er niet voor. Maar met die viespeuk van een Serge Diaghilev, zie je het zomaar voor je, en wordt het een wel zeer verleidelijke gedachte...

Wordt vervolgd, 24 maart 2026